Een nieuwe aanpak van PTSS door Trauma Centrum Nederland

In een oud klooster in Vorden is sinds kort iets bijzonders gaande. Op intensieve wijze worden er mensen geholpen die lijden aan Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Het kortdurende programma dat er wordt aangeboden is vernieuwend, omdat er behalve voor de psyche ook veel aandacht is voor het lichaam. De nieuwe kliniek in het kleine Gelderse dorp heet Trauma Centrum Nederland. Oprichter Sophie Bouwman heeft er haar handen vol aan in deze opstartfase. Toch maakt ze tussen de bedrijven door graag tijd vrij voor een interview met ons. Met overtuiging en intense bevlogenheid doet ze haar visie op traumabehandeling uit de doeken.

Waarom heb je het Trauma Centrum opgericht?

“Ik merkte in de praktijk als therapeut dat de behandeling van mensen met PTSS vaak heel lang duurt of niet het gewenste effect heeft. Dat zit hem voornamelijk in het feit dat de reguliere behandelingen over het algemeen vrij cognitief zijn en niet in een geïntegreerd aanbod zitten. Wij combineren EMDR en gedragstherapie met psychomotorische therapie, creatieve therapie, muziektherapie, lichaamswerk en psycho-educatie. We gaan er sterk vanuit dat je in je lijf ook trauma opslaat. Dus dat je niet alleen in je hoofd associaties hebt bij herinneringen, maar ook dat je lichaam primair reageert op het moment dat je een associatie voelt met het ontstane trauma. Denk hierbij aan het verstijven of vluchten bij het horen van een knal. Door de combinatie van behandelingen leer je te voelen waar de spanning zit en hoe je deze kunt reguleren. Zo  leert het lichaam weer op zichzelf te vertrouwen. We wilden met de oprichting van het Trauma Centrum dus een heel mooi geïntegreerd aanbod voor traumabehandeling neerzetten.”

Hoe ben je gekomen van een idee tot de kliniek zoals die er nu staat?

“Het plan is vanuit de inhoud ontstaan en toen zijn er mensen omheen gekomen die weer andere dingen kunnen. We hebben allemaal onze eigen expertise en vormen samen een geheel. Een belangrijke partner van ons heeft het hele procesmanagement op zich genomen. Deze heeft het EPD geïmplementeerd en zit heel diep in de DBC’s, regels, facturatie en bekostiging. Ik moet zeggen dat dit echt onmisbaar in deze tijd, als je kijkt aan wat voor regels en voorwaarden je allemaal moet voldoen. We willen het ook gewoon goed doen, eerlijke zorg bieden. We hebben dan ook bijna geen overhead, omdat we vinden dat al het geld dat we binnen krijgen naar de klanten moet gaan.

“Na twee of drie dagen lopen ze op sokken door het pand” 

Het is een hele warme omgeving. Elke klant heeft een eigen slaapkamer en badkamer. De bedden liggen lekker en er wordt elke dag vers gekookt. We willen niet een standaard kliniek zijn, omdat ik er in geloof dat je pas behandeld kunt worden op het moment dat je je fijn en veilig voelt. Elke week komen er nieuwe mensen binnen en iedereen vindt het in het begin superspannend. Maar na twee of drie dagen lopen ze op sokken door het pand heen. Daar word ik blij van. Op de vierde, vijfde dag volgt er dan vaak een soort ontlading. Ik kwam laatst binnen in de woonkamer en toen stonden ze daar met z’n allen gewoon te dansen. Ook de verpleegkundigen deden mee. Als mensen zich zo op hun gemak voelen, kun je echt doorpakken. Onze visie is wel: doe maar normaal. Ik ben gewoon Sophie, de kookdame is Ida en we zijn allemaal gelijkwaardig. Er is geen hiërarchische rolverdeling behalve als er echt beslissingen moeten worden genomen. In de basis is iedereen gelijk, vriendelijk en werkend vanuit zijn eigen expertise. Dat voelen klanten en zo gaan zij dus ook met ons om.”

Het aanbod lijkt enigszins op de Intensive8 van Psytrec. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen?

“Wat overeenkomstig is dat het een intensieve kortdurende behandeling is voor mensen met trauma en PTSS, waarbij gebruik gemaakt wordt van EMDR en vormen van gedragstherapie. Dat is de overeenkomst. Ik vind overigens dat zij heel mooi werk doen. Zij verwijzen door naar ons en vice versa, dus die samenwerking is goed. Een van de verschillen is dat bij hen sport een onderdeel van het programma is, terwijl wij echt psychomotorische therapie doen. Wij zijn meer gericht op het terugkrijgen van controle. Op het moment dat je trauma of PTSS hebt, zijn vaak je herbelevingen, gedachtes of emoties vrijwel uit controle. Met psychomotorische therapie richt je je dan op het opnieuw  verkrijgen van controle over je lijf. Dat bereik je niet per se met alleen maar heel veel inspanning door sport. Dat is echt een visieverschil.

Daarnaast bieden wij dus die hele creatieve, non-verbale therapieën zoals muziek- en beeldende therapie, hetgeen ons uniek maakt. En wij bieden dat lichaamswerk. Dat zit in een soort pluspakket en wordt niet vergoed door de verzekeraar. Maar we zijn ervan overtuigd dat het goed werkt en daarom bieden we het aan. De klant ligt hierbij op een tafel en samen met de behandelaar wordt onderzocht waar de spanning zit. Mensen breken echt op die tafel omdat het lijf geactiveerd wordt.

Verder betrekken wij ook de gezinsleden op de laatste dag, die lopen het programma mee. De klant gaat immers ook weer naar huis en moet worden ingebed in de thuissituatie. Als mensen geen contact hebben met hun gezin of het heeft geen toegevoegde waarde, dan is dit geen must.

Tot slot duurt ons programma acht dagen achter elkaar, terwijl de Intensive8 bestaat uit twee keer vier dagen. Je ziet nog wel eens dat mensen midden in hun traject best wel heftig geëmotioneerd raken of toch gaan dissociëren. Ik vind het spannend als mensen dan niet in de kliniek zijn, omdat ik dan niet kan handelen. Daarom ben je bij ons acht dagen achter elkaar, wat qua personeelsroosters overigens een uitdaging is. Maar je krijgt wel de medewerkers die er vol voor gaan, Onze mensen zijn supergemotiveerd en altijd bereid om een keer extra te komen. Ze halen er ook heel veel energie uit.”

De naam Trauma Centrum Nederland doet vermoeden dat de missie groter is dan ‘alleen’ mensen beter maken. De naam heeft het karakter van een kennisinstituut of onderzoekscentrum, klopt dat?

“Dat is wel de ambitie. We willen heel graag onderzoek doen, voornamelijk naar de combinatie van de behandeling van lichaam en hoofd. Levert dit nou echt betere resultaten op dan iets anders?  Maar we hebben veel meer ideeën.  Mogelijk starten we ooit ook deeltijdbehandelingen of dagbehandelingen, waarbij we wel vanuit deze methode werken, maar waarbij mensen niet intern hoeven te verblijven. Wel geloof ik in de kracht van het kleinschalige. Anderen zeggen soms tegen mij: ‘zet er nog een gebouw achter, aan of voor’, maar ik hecht waarde aan het knusse karakter. Er kunnen nu maximaal 24 mensen tegelijk worden geholpen. Dat er op een dag meerdere kleine centra komen, sluit ik echter niet uit. Maar er komt nu zoveel op ons af. Eerst even dit.”

Hoe bereik je de mensen waarvan jij weet dat die er het allermeeste baat bij hebben?

“We hebben een aantal verwijzers die ons kennen: vooral uit de regio, maar inmiddels ook daarbuiten. Daarnaast willen we ook bereikbaar zijn voor mensen die thuis opgesloten zitten en nergens naar toe durven. Die doelgroep wordt meestal niet gezien. Vaak zijn ze wel in zorg geweest, maar was het toch niet helemaal wat ze ervan hadden verwacht. Om hen te bereiken zijn we ook online actief, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram en Linkedin. Zo kunnen mensen zelf ook vrijblijvend contact met ons opnemen. De psycholoog of behandelaar bespreekt dan met hen of onze aanpak geschikt is voor ze. Een verblijf bij ons is vrij heftig dus het is meestal niet de eerste behandeling die mensen ondergaan. We merken vaak dat onze klanten al jaren in behandeling zitten en eigenlijk de hoop verloren zijn. Soms komen zij echt met euthanasiebrieven bij ons binnen en dan kunnen we ze tóch helpen. Dat geeft echt een kick.”

Maakt jouw centrum een einde aan de zogenaamde draaideurcliënten?

“Dat hoop ik. We hebben echt hele mooie resultaten, maar soms hebben mensen zoveel trauma’s, dat dit in acht dagen niet behapbaar is. Als mensen vanaf hun jeugd tot hun veertigste 83 trauma’s hebben meegemaakt, dan red je dat gewoon niet in acht dagen. Maar er is zeker verbetering als mensen naar huis gaan. En we kijken dan heel goed hoe het vervolg er uit moet zien: is dat op termijn nog eens acht dagen bij ons of is dat een andere vorm van therapie?

“Mensen kwamen binnen op krukken en gingen lopend weer naar buiten” 

De resultaten zijn wel ontzettend goed en ik ben heel blij dat de klanten eigenlijk allemaal teruggeven dat het zo’n verschil maakt dat ze nu ook hun lichaam beter hebben leren kennen. We krijgen soms mensen binnen met heel veel fysieke klachten, die al bij neurologen en door alle mallemolens zijn geweest. Ze weten niet waar het vandaan komt. Hun trauma is dan vaak al behandeld met EMDR. Maar uiteindelijk blijken de fysieke klachten echt wel traumagerelateerd te zijn, omdat dat trauma nog helemaal niet weg is. We hebben mensen verwelkomd die op krukken binnenkomen en lopend naar buiten gaan. Als je hoofd het niet meer aankan, dan gaat het uiteindelijk altijd in je lichaam zitten. Dat herkennen veel mensen en het lijkt ook een heel logisch verhaal, maar om een of andere reden is de ggz er nooit echt toe in staat geweest de combinatie te maken.”

Welke rol spelen online meetinstrumenten in het behandeltraject?

“Aan het begin en aan het eind van het behandeltraject worden vragenlijsten ingevuld. Het doel hiervan is tweeërlei. Ten eerste zetten we ze in omdat we zelf willen weten of we het goed doen. Ik vind het heel belangrijk om non-stop te blijven focussen op de vraag: ‘doen we nou echt wat het beste is?’ Op basis van de outcome passen we onze werkwijze ook aan als dat nodig blijkt. Ook bekijken we welke soorten trauma’s beter worden behandeld door een bepaalde soort therapie, en welke wat minder. Zo kunnen we de juiste afwegingen maken.

Ten tweede is het meten ook bedoeld voor de klanten zelf. Zij zitten gedurende zo’n week midden in dat proces en hebben zelf niet zo door hoeveel ze verbeteren, terwijl ze veel zelfverzekerder rondlopen en veel minder spanning in het lijf ervaren. Die verbeteringen kun je aan de hand van vragenlijsten heel goed laten zien. Die resultaten krijgen ze ook geprint mee naar huis. En dat is tof, om aan je gezin te kunnen laten zien: zie je wel, ik heb gewoon keihard gewerkt.”

Gebruik je daar de gestandaardiseerde instrumenten voor?

“Ja, we gebruiken gestandaardiseerde vragenlijsten die in het NETQ monitoring systeem zitten: over klachtafname en klanttevredenheid, maar ook over kwaliteit van leven. Wij werken heel erg vanuit Value Based Healthcare, dus die kwaliteit van leven vond ik belangrijk om mee te nemen in het monitoren. Mensen klachtenvrij maken is heel mooi en dat moet ook, maar het gaat ook sterk om de vraag hoe iemand zichzelf waardeert in zijn leven, of iemand het idee heeft dat hij weer participeert. Dat zorgt al voor heel veel klachtenvermindering.”

Wat is je ultieme wens binnen jouw vakgebied?

“Het klinkt als een cliché, maar ik hoop echt dat we mensen met PTSS op de allerbeste manier mogen helpen die er beschikbaar is, zodat ze zo snel mogelijk weer normaal kunnen participeren. Onverwerkt trauma kan zoveel leed veroorzaken in gezins- en werksituaties. Vooral voor mensen met kinderen is behandeling zo belangrijk. Die mensen wil ik helpen een goede vader of moeder te zijn, zodat we de generatie die daar onder zit eigenlijk ook al preventief, bijna mediatief, kunnen behandelen. Ik ben van huis uit orthopedagoog en ben daardoor heel erg van het gezin, het systeem. Ik geloof dat we met ons Trauma Centrum echt toegevoegde waarde hebben door snel en efficiënt te kunnen behandelen. We zullen daarbij altijd heel goed blijven kijken naar de menselijke behoefte en minder naar de productie. Ik ben ook heel erg trots op onze medewerkers, hoe snel en goed zij dit precies vanuit díe visie hebben neergezet. Hoewel zij vaak al jaren in de ggz hebben gewerkt, zijn zij in staat om buiten de lijntjes te denken. Ik vind dat je zeker vanuit protocollen moet behandelen, maar dat je van een protocol moet kunnen afwijken als dat beter is voor een klant. Ik zou eigenlijk willen dat de hele gezondheidszorg daar op die manier naar gaat kijken.”

 

Sophie Bouwman is mede-eigenaar en directeur Zorg van Trauma Centrum Nederland. Met haar achtergrond als orthopedagoog en ervaringsdeskundige PTSS vond zij dat traumabehandeling een meer integrale aanpak behoefde en nam ze het initiatief tot de oprichting van het centrum. In november 2018 werden de deuren geopend en sindsdien hebben al vele klanten hun weg naar de kliniek gevonden,

 

Bronnen foto’s: www.tombennink.com en www.cm-trauma.nl

Meer weten over NETQ Monitoring? Neem dan contact met ons op.