Blog: Voorwaarde VIPP-regeling: 25% van de patiënten gebruikt het patiëntenportaal

Vorige week publiceerde de Patiëntenfederatie Nederland het rapport over de meldactie ‘Patiëntportalen van ziekenhuizen’. Daaruit blijkt dat patiënten behoefte hebben aan een portaal waarin zij hun medische gegevens kunnen inzien. Dat die behoefte bestaat is een hoopvolle conclusie voor ziekenhuizen en klinieken die willen deelnemen aan het Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt & Professional (VIPP). Maar hoe zorg je ervoor dat een kwart van alle patiënten het patiëntenportaal daadwerkelijk actief gebruikt? Dat is namelijk dé grootste uitdaging en voorwaarde van de VIPP-subsidieregeling.

VIPP-regeling nu ook beschikbaar voor klinieken en zelfstandige behandelcentra!

Patiënten versneld direct digitale toegang geven tot de eigen medische gegevens, dat is waar het VIPP-programma om draait. Patiënten meer inzicht geven in hun eigen zorg. Niet alleen kan de patiënt zich hierdoor beter voorbereiden op een gesprek met de specialist, maar krijgt het daardoor ook steeds meer grip op alle informatie en communicatie omtrent de eigen gezondheid. Positieve ontwikkeling is dan ook dat dit programma sinds kort is opengesteld voor klinieken en zelfstandige behandelcentra. Zo kunnen ZBC’s met een omzet tussen 20 en 70 miljoen euro tot circa een half miljoen euro subsidie aanvragen om de doelen van het VIPP-programma te behalen.

De doelen lijken zo op het eerste gezicht (zeker met behulp van goede software-oplossingen) makkelijk te behalen, maar schijn bedriegt! De crux zit hem vooral in het volgende: “tenminste 25% van de patiënten gebruikt het patiënten portaal of de link naar het PGO. Dit wordt gemeten over een periode van 30 dagen voorafgaand aan het aanvragen van de toetsing”

De oplossing? Koppelen met andere systemen + veranderkundig traject zorgaanbieder

Positieve voorbeelden en realiseerbare showcases zijn er wel degelijk. Een van de eerste ziekenhuizen die het EPD volledig – zonder vertraging – openstelde voor patiënten is het UMC Utrecht. Hiermee was het een van de eerste ziekenhuizen die in de praktijk aantoonde dat transparantie en innovatie prima samen gaat met patiënt- en informatieveiligheid. Toch is het zelfs voor het UMC Utrecht, zo blijkt in de praktijk, – en laat staan voor middelgrote of kleine klinieken of ZBCs – een flinke klus om een inlogpercentage van 25% te behalen. Ik weet zeker dat ook deze doelstelling te behalen is, maar niet zonder voldoende aandacht en energie te steken in het realiseren van twee randvoorwaarden: IT-leveranciers die kunnen – en willen – koppelen met andere systemen, het veranderkundige aspect en het daadwerkelijk leveren van rijke en betekenisvolle inzichten en rapportages aan de patiënt. Ook als beslissingsondersteuning in de dialoog tussen specialist en patiënt.

What’s in it for me?

Om de patiënt over de streep te trekken om het patiëntenportaal daadwerkelijk actief te gaan gebruiken, moet je van goede huize komen. Met andere woorden “content is king”. Dat betekent dat je méér moet bieden dan alleen basale gegevens, je vraagt immers vaak wel wat van de patiënt. Of je even met je DIGID wil inloggen; gebruiksvriendelijk is anders. Dit vraagt om IT-leveranciers die bereid en kundig zijn om met andere leveranciers samen te werken; zo ontstaat er een ‘rijk’ platform waarbij de patiënt toegang heeft tot de breedste applicaties. Zo kan de patiënt niet alleen basale medicatieoverzichten inzien, maar ook inzicht krijgen in de voortgang van zijn behandeling via PROMs of ROM-rapportages, en toegang tot de beste e-Health-apps. Tip: vraag daarom aan je huidige of toekomstige IT-leverancier; “Kan en wil je koppelen met andere systemen, en zo ja, laat mij deze documentatie eens bekijken? Ben je aangesloten bij initiatieven zoals Stichting Koppeltaal?” (een initiatief waar onze strategische partner Topicus als deelnemer nauw bij betrokken is)

Verandermanagement en aanpak

Wat heb je nog meer nodig om ervoor te zorgen dat minimaal 1 op de 4 patiënten regelmatig gebruik gaat maken van het portaal of PGO? Dit vraagt ook veel van de houding en communicatieve vaardigheden van zorgprofessionals; deze zullen hun patiënten ervoor moeten enthousiasmeren en juist kunnen informeren over alle mogelijkheden. Daarnaast moeten zij ervoor zorgen dat er een patiëntenversie is van de rapportage van de PROMs vragenlijsten (zoals NETQ Healthcare die kan leveren) en die vervolgens ook daadwerkelijk bespreken tijdens een consult. Dit behoeft een integrale aanpak waarbij je IT, verandermanagement en de patiënt vraagt om tot een goede oplossing te komen.

Voor veel zorgverleners is deze regeling dan ook een uitgelezen kans om verschillende IT-applicaties die wellicht al langer op het wensenlijstje stonden (zoals een PROMs platform) in te zetten om de VIPP-doelstellingen te realiseren. Die overigens los van deze regeling niet helemaal vrijblijvend zijn, immers per 1 juli 2020 treden wettelijke bepalingen van de Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens in werking waar je als zorgverlener aan moet voldoen. Dat vraagt om visie en samenwerking! Een samenwerking die wij graag aangaan.

Benieuwd naar de mogelijkheden, en wil je meedenken over een patiëntenversie van een veelgebruikte PROMs vragenlijst binnen jouw organisatie? Laat hieronder jouw gegevens achter. We kijken uit naar jouw reactie!

Anne Bakker

Accountmanager Cure @ NETQ Healthcare. Telefoon: +31 (0)6 13 34 16 08 en E-mail: anne.bakker@netqhealthcare.nl