Voorbij de schotten: Praktijksteun verbindt zorgdomeinen

Met 150 POH-GGZ in dienst faciliteert Praktijksteun het aanbod van geestelijke gezondheidszorg binnen huisartsenpraktijken in verschillende regio’s. Al tien jaar is Rudolf Keijzer er werkzaam en sinds 2016 is hij algemeen directeur. In dit interview vertelt hij over de nijpende schaarste in de zorg, de praktijk van morgen en de uitdagingen die we met z’n allen moeten trotseren om de reis van de GGZ-cliënt te verbeteren.

Als zoon van twee huisartsen is de liefde voor de gezondheidszorg hem met de paplepel ingegoten. Toen hij na zijn schooltijd bij een huisartsenpost kwam te werken, werd deze liefde verankerd en koos hij via een studie Gezondheidswetenschappen zijn pad. Directeur Rudolf Keijzer is met Praktijksteun op een missie. “We zijn het de maatschappij verschuldigd dat we onszelf zo hoog mogelijke ambities opleggen”, is hij van mening. De ambities die hij noemt, blijken gaandeweg het gesprek alles te maken hebben met het verbinden en beschikbaar houden van zorg.

De POH-GGZ
De functie van POH-GGZ (Praktijkondersteuner Huisarts GGZ) is in 2008 ontstaan. Deze functie was nodig om de toenemende vraag naar hulp bij psychische problemen en de stijging van kosten van de duurdere tweede lijn op te vangen. Volgens Keijzer heeft de functie in korte tijd al een hele ontwikkeling doorgemaakt: “In de eerste vijf, zes jaar dat de POH-GGZ bestond, hield deze zich vooral bezig met psycho-educatie en lichte klachten. Maar het landschap in de GGZ is erg veranderd: we hebben de invoer van de basis-GGZ gezien en de grote instellingen hebben het aantal bedden fors afgebouwd. De zorg die klassiek gezien achter gesloten muren plaatsvond, is verplaatst. In de participatiemaatschappij wonen mensen gewoon thuis, in de wijk, en zij komen voor heel veel verschillende vragen bij de huisarts. In totaal is de zorgzwaarte dus naar voren toe verschoven. Daarnaast zijn we in Nederland heel goed in het steeds verder destigmatiseren van de GGZ, waardoor er meer vraag is gekomen. Kreeg je vroeger op je donder of werd je in de hoek gezet bij klachten over stemming of angst, nu word je uitgenodigd om daarmee aan de slag te gaan.”

“Het potje voor Specsavers maken we aan het einde van het jaar nog gauw even op”

Schaarste in de zorg
Behalve de verschuiving van de zorgzwaarte van de instelling naar de eerste lijn, is de totale vraag naar GGZ dus ook nog eens gestegen. Keijzer vervolgt zijn probleemschets: “De uitdaging ligt nu in het creëren van een optimale match tussen vraag en aanbod binnen de regio. Schaarste is het belangrijkste probleem waar we tegenaan gaan hikken: schaarste van handen aan het bed, van financiën. De zorg zoals die in Nederland is en doorgroeit, is over tien jaar al onbetaalbaar. Dus we moeten het echt anders aanpakken. In Nederland zijn we soms té goed in het leveren van zorg, en zouden we wellicht vaker nee moeten zeggen. Er zit nog best wel wat lucht in het systeem, bijvoorbeeld omdat we soms te lang moeten wachten en klachten verergeren, of soms juist overbehandelen. Uiteindelijk wint voor iedereen de dood een keer van het leven. Hoe we dat moment op een zo prettig mogelijke manier kunnen laten plaatsvinden, is niet automatisch alle behandelingen maar starten. We hebben steeds meer het gevoel dat we récht hebben op zorg en we worden verleid om deze zo veel mogelijk te consumeren. Het ‘potje voor Specsavers’ maken we aan het einde van het jaar nog gauw even op, omdat we anders zogenaamd ‘ons geld kwijt zijn’. Maar we hebben geen abonnement op zorg; verzekeringen zijn bedoeld voor echt kritische situaties, als je het zelf niet meer kunt dragen. Dit houden we op deze manier nooit vol.”

Online zelfhulptrainingen
Aan de muur van zijn kantoor hangt een poster van Evie (E-health voor iedereen). Dit initiatief van Praktijksteun is een regionaal e-healthplatform dat onder andere online zelfhulptrainingen aanbiedt. De visualisatie op de poster stelt de route voor die een cliënt in z’n leven op het gebied van zorg kan afleggen. Keijzer licht toe: “We zijn in Nederland erg gesegmenteerd bezig. We kennen vele domeinen van zorg, die allemaal hun eigen budgetten en spelregels hebben. Daarmee is het systeem zo georganiseerd dat ieder domein verantwoordelijk wordt gehouden voor z’n eigen stukje tussen de schotten. Alleen, om goede zorg te kunnen leveren, moet je bijvoorbeeld als huisarts buiten je domein kijken. Dat kan niet ophouden bij een verwijsbrief. Maar zoals het nu geregeld is, worden we in feite vastgehouden. Als huisarts bepaal je samen met je cliënt, shared decision, welke vervolgstap de beste is. De cliënt krijgt dan een verwijsbrief mee, maar als het om GGZ gaat, moet het volgende domein vervolgens bewijzen dat die verwijzing terecht is. Wat de huisarts aan de voorkant doet, heeft dus weinig of zelfs geen enkel effect. Dat betekent: willen we dit proces verbeteren, dan moet het verwijzen niet iets zijn van A naar B, maar iets wat je tussen A en B laat plaatsvinden.”

“Vroeger ging je even mopperen bij oma, maar ons sociale steunsysteem is uitgedund”

De ideale route van de cliënt
Op de vraag hoe de route van een depressieve persoon er over tien jaar idealiter uitziet, zegt Keijzer: “Je kunt nooit voorkomen dat mensen in een depressie raken of andere klachten krijgen. Maar over tien jaar is iemand die in een zware depressie geraakt al eerder in beeld, en niet pas aan het einde van de zwaarste klacht. Vroeger ging je naar je oma om even te mopperen, dan kreeg je een aai over je bol en kon je weer verder. Dat bestaat nu niet meer voor heel veel mensen. Ons sociale steunsysteem is uitgedund, we zijn individualistischer geworden. Daarom moeten we een ander vangnet bouwen. Dankzij alle ondersteunende systemen als zelftesten en tools als Beter slapen en Pak je somberheid aan, ervaren cliënten in de toekomst mogelijk zelfs geen wachttijd meer. Ze kunnen, waar nodig ondersteund door een professional, continu bezig zijn, het benodigde stukje perspectief blijven zien en hoeven niet een half jaar lang thuis te wachten op een volgende stap. Elke stap draagt dan bij aan de route die ze zelf begonnen zijn. We laten dan geen gaten meer vallen die enkel bestaan omdat het systeem zo georganiseerd is.”

De praktijk van morgen
Het platform Evie is onderdeel van een grotere visie, zogenoemd GGZ als Gezamenlijk Georganiseerde Zorg. Dit project omvat meerdere initiatieven en pilots die invulling moeten geven aan een gezamenlijke werkwijze tussen de verschillende domeinen. Keijzer: “De partijen die hierin aan elkaar verbonden zijn, zetten geen stappen meer die níet bijdragen aan verbeterd samenwerken ten gunste van de zorgvrager. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Alle afzonderlijke initiatieven zijn daarmee belangrijk, omdat we vandaag nog niet weten welke combinatie van geteste maatregelen over vijf jaar het beste zullen bijdragen aan een betere route voor de cliënt. Met iedere nieuwe pilot die we uitvoeren, kunnen we nóóit meer kijken naar alleen ons eigen domein. Het moet altijd in samenhang zijn met datgene wat voor de cliënt ook in andere domeinen bestaat.”

Screenen met 4DKL
Een ander voorbeeld van een pilot binnen De praktijk van morgen betreft het online screenen van cliënten via NETQ Monitoring. Een vragenlijst die inmiddels veel draagvlak heeft binnen de huisartsengeneeskunde is de VierDimensionale KlachtenLijst (4DKL). Deze lijst wordt momenteel – zo veel mogelijk digitaal – ingezet in de praktijken die aan de pilot deelnemen. Keijzer: “Je zult moeten starten met datgene wat maatschappelijk en vooral door professionals al geaccepteerd is, en dat is in dit geval de 4DKL. Wanneer de inzet hiervan succesvol is, zal bij professionals het gevoel groeien dat we op deze manier steeds beter kunnen samenwerken. De uitkomsten van vragenlijsten zijn heel waardevol, mits het klinisch oordeel van de professional er aan wordt  toegevoegd. Vorig jaar hebben we al zo’n vijfduizend keer de 4DKL uitgegeven, waarvan nog tachtig procent op papier. Als we dat zoveel mogelijk digitaliseren, dan hebben we al een serieuze stap gezet”.

“We moeten het tijdperk voorbij zijn dat het wij tegen zij is”

Vragenlijsten verbinden
Dergelijke instrumenten die over meerdere domeinen gebruikt kunnen worden, zijn volgens Keijzer logische aanknopingspunten voor het verbinden van domeinen. “Als we bijvoorbeeld allemaal iets over ADHD willen weten en we maken ook allemaal gebruik van een vergelijkbare vragenlijst, dan verstaan we elkaar misschien beter. Het instrument geeft daarmee automatisch aanleiding om met elkaar het gesprek te voeren en elkaar te vertrouwen. En dat vertrouwen is het allerbelangrijkste. Wil je een stukje van je autonomie als professional loslaten om samen het antwoord te zoeken die past bij de vraag van de cliënt, dan moet je wel het vertrouwen hebben dat de ander vervolgens wat met het antwoord gaat doen.”

Minder wijzen
Aan het einde van het gesprek wil Keijzer nog graag iets kwijt. Om de verbinding te kunnen bereiken die hij voor zich ziet, is er een wezenlijk andere houding nodig in de zorg: “We moeten het tijdperk voorbij zijn dat het wij tegen zij is. Waarin zorgverleners kritisch zijn over managers in de zorg, waarin beleidsmakers kritisch zijn over zorgorganisaties, waarin zorgverzekeraars en zorgverleners per definitie een soort haat-liefde verhouding met elkaar hebben, en waarin het vaak ging óver cliënten in plaats van mét. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje: er is teveel zorgvraag. Dat maakt het noodzakelijk om alleen die dingen te doen die ook écht bijdragen. Dus ik hoop dat we met z’n allen wat minder naar elkaar wijzen, we moeten het namelijk samen dóen.”

 

Rudolf Keijzer is algemeen directeur van PRO Praktijksteun. Vanuit de POH-GGZ zorgverlening als basis, biedt Praktijksteun als onafhankelijke organisatie verschillende oplossingen die bijdragen aan goede GGZ-zorg binnen het hele netwerk.

Het team POH-GGZ van Praktijksteun is samen met de huisarts verantwoordelijk voor de GGZ-zorgverlening binnen de huisartsenzorg. Met de focus op kwaliteit worden niet alleen de POH-GGZ voorzien van scholingen, intervisies en goede begeleiding, ook de partners uit het regionale netwerk worden hier bij betrokken. Tegelijkertijd vindt Praktijksteun het van belang dat samenwerkingspartners, zoals huisartsen en andere GGZ-partners, worden ontzorgt. Praktijksteun wil de zorgverlener hiermee zoveel mogelijk zorg laten verlenen. Zo maakt de organisatie voor hen bijvoorbeeld de afspraken met zorgverzekeraars, herkent (proactief) vraagstukken uit de praktijk en probeert deze op te lossen waar mogelijk.

 

 

 

TEKST: CARINA VAN SELLING | FOTOGRAFIE: PIXABAY EN PRAKTIJKSTEUN